Historiek

 

De Vrijmetselarij vindt haar oorsprong in de corporatieve organisatie van de steenhouwers of bouwvakkers in de Middeleeuwen. Dit is de operatieve vrijmetselarij. Hieruit ontwikkelt zich de speculatieve vrijmetselarij in Engeland en Schotland die zich vanaf de 18de eeuw op het Europese continent verspreidt ; in 1721 is er sprake van de Loge La Parfaite Union te Mons.

Het Grootoosten van België (G.O.B.) wordt opgericht in 1833, hetzij drie jaar na de onafhankelijkheid van België.

Twaalf Loges die voorheen deel uitmaakten van het Grootoosten der Nederlanden treden toe tot het G.O.B. : tien andere schorten (tijdelijk) hun werkzaamheden op. Twee Gentse Loges en één in Luxemburg en in Sint-Niklaas-Waas blijven (voorlopig) lid van de Nederlandse Obediëntie.

De statuten en reglementen van het jonge Grootoosten van België zijn, zelfs naar hedendaagse normen gemeten, uitgesproken democratisch.

Reeds in de 19de eeuw zullen zij steeds " liberaler " worden : afschaffing van de verplichte aanroeping van een goddelijke Opperbouwmeester, toelating tot het bespreken van politieke onderwerpen, verplichting te werken aan de vooruitgang van de mensheid, …

Door deze geldende principes, treedt het Grootoosten van België in conflict met de katholieke kerk en met de Angelsaksische Vrijmetselarij.

Tegenover de liberalisering en secularisering van de maatschappij mobiliseert de katholieke kerk de conservatieve krachten.

De vrijmetselaars van hun kant reageren steeds heftiger tegen het obscurantisme van het 19de eeuws clericalisme.

Vrijmetselaars ijveren actief aan de spits van de grote emancipatorische bewegingen : uitbreiding van het stemrecht, voor een algemeen toegankelijk en verplicht onderwijs, voor een lekenstaat, …

Tijdens Wereldoorlog I zijn de vrijmetselaars bijzonder actief op filantropisch vlak.

Tijdens Wereldoorlog II worden hun goederen geplunderd en talrijke Broeders vervoegen de rangen van het verzet.

De Angelsaksische, zichzelf " regulier " noemende vrijmetselarij, heeft zich duidelijk van de Franse en Belgische, zich " liberaal " noemende, Obediënties gedistancieerd vanwege het anticlericaal karakter van deze laatsten.

De wens om toe te treden tot de Angelsaksische vrijmetselarij leidt in 1959 tot de oprichting van de Grootloge van België (G.L.B.) door 5 Loges van het G.O.B.. In meerdere Loges van het G.O.B. volgen uitzwermingen.

De ondertekening in 1989 van een gemeenschappelijke verklaring door de Grootmeesters van de vier Belgische Obediënties (Grootoosten van België, Grootloge van België, Vrouwengrootloge van België, Droit Humain) is een expliciete erkenning van de goede betrekkingen die bestaan tussen de mannelijke, vrouwelijke en gemengde vrijmetselarij.

Trouw aan deze traditie blijft het G.O.B. de vrijhaven waar mannen met een weloverwogen en eerlijke overtuiging elkaar in de grootst mogelijke verdraagzaamheid ontmoeten.

Hier heerst broederlijkheid onder de broeders met een verschillende filosofische overtuiging : vrijdenkers, atheïsten naast deïsten en zelfs theïsten.