Ouder dan België
Vrijmetselarij duikt in onze streken op in de eerste helft van de achttiende eeuw, ongeveer tegelijkertijd met Frankrijk of Nederland. Daarvan getuigen heel wat sporen en bewijzen in nationale musea of in de schatkamers van onze loges.
Het Grootoosten van België
Het Grootoosten van België werd opgericht in januari 1833. Het is dus al 175 jaar een onderdeel van de Belgische maatschappij. Twaalf loges, die voordien deel uitmaakten van de Provinciale Grootloge der Zuidelijke Nederlanden, afhankelijk van Het Grootoosten der Nederlanden, traden toe, een tiental anderen waren ingeslapen. Twee Gentse, een Luxemburgse en een uit Sint-Niklaas verkozen lid te blijven van de Nederlandse obediëntie.
Evolutie
Zelfs naar hedendaagse normen waren de statuten van de jonge obediëntie bijzonder democratisch. In de loop van de negentiende eeuw werden zij nog ‘liberaler’: de verplichting de Opperbouwmeester des Heelals aan te roepen verdween, het werd mogelijk om maatschappelijke problemen te behandelen en de verplichting werd ingevoerd bij te dragen aan de menselijke vooruitgang... Zo kwam het Grootoosten van België in conflict met zowel de rooms-katholieke kerk als met de Angelsaksische vrijmetselarij.
Wat Marcel De Schampheleire toelaat in de inleiding van zijn Geschiedenis van de Vrijmetselarij sinds 1830 - (Grootoosten van België - 1987)te stellen dat “onze maçonnerie zonder noodzakelijk tijdgebonden te zijn, toch open staat voor de problemen van de maatschappij waarin ze is ingebed. Deze obediëntie leunt weliswaar aan bij de traditie, echter zonder zich daarin te verstarren. Die stelling wordt weergegeven in het artikel 5 van de Rechten en Plichten van de Mens uitgewerkt door de Bergense Loge, “La Parfaite Union”: “de evolutie van de beschaving veronderstelt een regelmatige herziening van de samenlevingsregels”.
In de geschiedenis van de Belgische vrijmetselarij neemt de antimaçonnieke tegenbeweging een belangrijke plaats in. Het is onmogelijk daar geen rekening mee te houden. Er zijn zo talrijke en zo gevarieerde confrontaties geweest die alle hun weerslag hebben gehad op de evolutie van de maçonnieke gedachten.
In de negentiende eeuw, in volle liberalisering en secularisering van de maatschappij, mobiliseert de katholieke kerk de conservatieve tegenkrachten. De vrijmetselarij reageert al maar heviger op het klerikaal obscurantisme, zij staat in de voorhoede voor belangrijke emancipatorische bewegingen rond het algemeen stemrecht, verplicht onderwijs voor iedereen, een seculiere staat...
De twintigste eeuw
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de vrijmetselarij vooral bezig met hulp aan de door de oorlog getroffen bevolking. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden haar bezittingen geplunderd. Sommige broeders werden bewust en koelbloedig vermoord, velen gingen in het verzet.
Onze plaats
Trouw aan die traditie is het Grootoosten het “centre of the union” waar mensen bezield met een oprechte en doordachte overtuiging elkaar ontmoeten in verdraagzaamheid. De broederlijkheid bepaalt de betrekkingen tussen broeders van verschillende maatschappelijke en filosofische overtuiging: vrijdenkers, agnostici, deïsten, theïsten, ietsisten.
De Angelsaksische vrijmetselarij die een verplicht geloof in een opperwezen oplegt, in tegenstelling tot Anderson’s Constitution, en zich daarom regulier noemt, heeft bewust afstand genomen van de Franse, Belgische en andere, liberale of adogmatische obediënties omwille van hun weigering hun leden diezelfde verplichting op te leggen.
In 1989 werd een gemeenschappelijke verklaring ondertekend door de vier grootmeesters van de Belgische liberale obediënties ( Grootoosten van België, Grootloge van België, Vrouwengrootloge van België en de Belgische Federatie van de Droit Humain.)
De Belgische Federatie van de Droit Humain
Anderson’s Constitution van 1723, basisdocument van de vrijmetselarij, sloot de vrouw buiten de vrijmetselarij. Omwille van haar maatschappelijke afhankelijkheid in die tijd werd zij als onvrij aangezien.Toch floreerden in het midden van de achttiende eeuw in vele Europese landen vrouwelijke “adoptieloges”, loges bestaande uit dames en parallel werkend aan een mannelijke loge.
Op het einde van de negentiende eeuw stellen Franse vrijmetselaars, ondermeer Georges Martin (1844-1916), lid van de Grande Loge Symbolique Ecossaise opnieuw die uitsluiting van de vrouw in vraag. Op 14 januari 1882 wordt in één van hun loges Marie Desraimes (1828-1894) ingewijd. Om het rumoer te dempen neemt zij niet deel aan de activiteiten van de loge. Samen richtten zij in 1893 de Grande Loge Symbolique Ecossaise Mixte de France op. Georges Martin schrijft de statuten.
In Frankrijk en later ook in Engeland, Zwitserland, Nederland, Indië en Zuid-Afrika, worden meer gemengde loges opgericht, waarop later de stichting van de Internationale Gemengde Vrijmetselaarsorde Le Droit Humain volgt [http://www.droit-humain.org]. De eerste Belgische loge van die federatie wordt te Brussel opgericht op 24 mei 1912. Georges Martin woont de plechtigheid bij. Verschillende nieuwe loges volgen dat voorbeeld en in 1928 vestigen zes loges de kern van de Belgische Federatie van Le Droit Humain [http://www.droit-humain.be/]. Deze federatie onderhoudt opperbeste betrekkingen met het Grootoosten, de Grootloge van België en de Vrouwengrootloge van België.
De Grootloge van België
Na de Tweede Wereldoorlog leefde bij vele vrijmetselaars de wens op opnieuw aan te sluiten bij de Amerikaanse en Engelse obediënties. Nogal wat verschillende gevoeligheden kwamen daarbij aan de oppervlakte die in 1959 geleid hebben tot de stichting van de Grootloge van België [http://www.glb.be]). Vijf loges scheidden zich af van de Grootloge van België en daarop volgden een reeks uitzwermingen. De betrekkingen tussen de Grootloge van België en de Angelsaksische vrijmetselarij verbeterden snel en het kwam tot formele banden.
In de zeventiger jaren verzuurde het klimaat opnieuw omdat de Engelse vrijmetselarij de verplichte betekenis van God oplegde voor het symbool van de Opperbouwmeester des Heelals en een volledige breuk, op alle niveaus, eiste tussen de Grootloge en het Grootoosten. De meeste loges en broeders van de Grootloge verwierpen die voorwaarden zodat de herstelde band opnieuw verbroken werd. De minderheid die zich neerlegde bij die eisen besliste dan uit te treden en de Reguliere Grootloge van België [http://www.glrb.org]) op te richten.
Binnen de Belgische maçonnieke gemeenschap, [http://www.mason.be]) bestaat niet alleen een goede verstandhouding maar ook een strikte broederlijkheid tussen de loges en de obediënties onderling die nochtans hun eigenschappen en autonomie behouden.
De Grootloge van België heeft in de loop van haar bestaan talrijke banden aangeknoopt met loges en obediënties van alle continenten, uitgezonderd met de Angelsaksische en Scandinavische.
De Vrouwengrootloge van België
Reeds in 1725 ontstond in Frankrijk het fenomeen van de ‘adoptieloges’: loges zonder enige autonomie samengesteld uit zusters uit de aristocratie en met hoofdzakelijk caritatieve bedoelingen. De volwassen zuiver vrouwelijke vrijmetselarij ontstond in Frankrijk in 1901 als de “Grande Loge de France” aanvaardt dat een adoptieloge aansluit bij een van haar Parijse loges. Daarop volgden er meer die op dezelfde manier functioneerden als de mannelijke loges.
In 1935 beslist de “Grande Loge de France” deze loges de volledige autonomie te verlenen die effectief wordt in 1945 met de oprichting van de “Union Maçonnique Féminine de France” in 1952 omgevormd tot de “Grande loge Féminine de France”. In 1959 wordt de adoptieritus verlaten en de Aloude Schotse Ritus aangenomen. Sinds 1973 zijn ook ander ritussen mogelijk.
De “Grande Loge Féminine de France” ziet ook een missie in het inwijden van vrouwen buiten Frankrijk en zo wordt op 20 april 1974 de eerste vrouwelijke loge in België en te Brussel, “Irini”, opgericht. Korte tijd later volgen er nog drie in Brussel, Luik en Charleroi. Deze vier stichtten op 17 oktober 1981 de “Vrouwengrootloge van België”.
De Reguliere Grootloge van België
Deze obediëntie werd in 1979 opricht door een aantal vrijmetselaars die de “Grootloge van België” verlaten hadden en met de bedoeling erkenning te verkrijgen van en banden te onderhouden met de Angelsaksische vrijmetselarij. Zij onderschrijft dan ook de “Landmarks” zoals gedefinieerd door de “United Grand Lodge of England” [http://www.ugle.org.uk/]. De ordegrondwet van de “Reguliere Grootloge van België” [http://www.glrb.org stelt onder meer dat “...de vrijmetselarij het geloof in God bevestigt, een opperwezen dat aangeduid wordt als ‘Opperbouwmeester des Heelals’. Zij eist van elk lid dat het die bevestiging, die absoluut is en waarover geen enkel compromis of beperking mogelijk is, onderschrijft. De vrijmetselarij geeft geen definitie van dat opperwezen en laat ieder vrij in zijn opvatting daarover. Uitgaande van de vrijheid van geweten verwacht zij het respect voor ieders mening waaruit volgt dat geen godsdienstige noch politieke discussie mogelijk is. De “Reguliere Grootloge van België” onderhoudt vriendschapsbetrekkingen met alle obediënties die de principes en regels van haar ordegrondwet aanhouden. Zij weigert deel te nemen aan nationale of internationale bijeenkomsten waarop vertegenwoordigers aanwezig zijn van niet erkende obediënties. Zij verbiedt haar leden ook deel te nemen aan logewerkzaamheden van dergelijke obediënties. Afwijkingen aan die regels en principes kunnen leiden tot schorsing of ontslag. De “Reguliere Grootloge van België” handhaaft de oude Landmarks, gebruiken en gewoonten van de vrijmetselarij” (Uit de ordegrondwet van de Reguliere Grootloge van België.)
 |